We gaan, tussen haakjes, niet langzaamaan meer. Niet sinds we bij Las Vegas wegreden, en beslist niet sinds we de camper in Parks hebben achtergelaten. De snelheidslimiet op route 40 was grotendeels 75 m/u, zo’n 110 km/u, en onze overeenkomst is om niet meer dan 5 km te hard te rijden. Dan hoeven we ons geen zorgen te maken over politieautos, en we zijn Miss TomTom iedere keer net een beetje te snel af. Ja, natuurlijk is date en spelletje, je moet ergens je brein mee bezig houden op de lange stukken.
Woensdagavond waren we redelijk op tijd in Albuquerque, hebben redelijk geslapen, een redelijk ontbijt (de koffie nauwelijks) en net voor 8 uur zaten we weer op route 40. Tot net voor 7 uur ‘s avonds, door New Mexico, het bovenste stukje van Texas, en het grootste deel van Oklahoma. We hebben tussen de middag een hapje gegeten bij Stucky’s, een benzinestation met wegrestaurantje waar al vele mijlen lang grote borden over langs de weg stonden. We kwamen er net langs toen we honger kregen. Vandaar. De kok, Miss Callie – serious grijsbehaard oud vrouwtje – maakt de beste hamburgers in de hele wereld, zeggen ze, alles wordt pas klaargemaakt nadat je het besteld hebt. Gelukkig waren er niet veel mensen, anders kon het wel eens een tijdje duren voor je burger zover is… En ik moet toegeven, het was een prima burger, hij staat bij mij op de derde plaats. Henk had een barbecue sandwich en die was ook uitstekend.
Het landschap onderweg bestond uit shortgrass prairie. Platte kortgras prairie, rollende kortgras prairie, prairie met hier en daar een struikje, prairie met verspreide struikjes en jeneverbessen, weer een stuk prairie met niks, meer jeneverbessen, hee! een boompje!, enz enz. Het klinkt saai maar dat viel wel mee. Moeder Natuur spelt met het idee om iets groens aan te doen en langs de weg zijn er ook gele en witte bloempjes. Het was droger in Texas dan in New Mexico maar toen we eenmaal in Oklahoma waren werd het almaar groener. In Oklahoma City is de lente duidelijk gearriveerd. Het was trouwens ook lekker warm, een graad of 20 denk ik.
Afgezien van het landschap is er genoeg te zien op de weg om het brein bezig te houden: er rijden zoveel vrachtwagens op route 40. Ik heb kabines in elke kleur van de regenboog gezien, en behalve geel, alle kleuren ook in metallic. Er is een truckbedrijf dat zich “YELLOW” noemt, en die vrachtwagens zijn oranje ;). Mijn favoriete was een afvalwaterpomptruck in knalroze met paarse letters. Wat lading betreft, de trucks met platte aanhangers zijn het leukst: een met plastic pijpen in lichtblauw en lichtgroen, een met betonnen rioleringsstukken, stalen brugdelen – of misschien een toren voor mobieltjes?, banden – oude banden op weg naar de sloop, nieuwe banden, grote nieuwe banden, super mega grote banden. Die lagen plat op de aanhanger en de truck was er zo breed mee dat ’ie flikkerlichten aan had… Een gewone truck met militaire jeeps, en een truck in camouflage met een tank erop. Die truck mag dan wel in camouflage zijn geweest, maar ik zag ‘m toch! Hihi. Alle mogelijke soorten bouwvoertuigen, en ik maar raden waar die voor waren. Als dat me verveelt kijk ik naar de nummerplaten om te zien waar die mensen vandaan komen. Zoveel verschillende staten, echt te veel om op te noemen. En terwijl ik rij houdt Henk zich bezig met telefonische besprekingen en emailtjes.
Ergens in de buurt van Elk City, Oklahoma merkte ik dat ik wat duf begon te worden want ik zat bijna zonder benzine. De Prius kan op een tank van 10 gallon, bijna 40 liter, bijna 700 km ver komen, en ik had er gestadig 680 van achter de rug toen ik het lichtje zag knipperen. Ik heb het nog net naar een station gehaald. Henk had al zijn telefoontjes achter de rug en het was trouwens laat in de middag, dus hij nam het stuur over voor het laatste uur of zo. We kwamen om ongeveer half 7 in Oklahoma aan en het volgende half uur waren we bezig het hotel te vinden. Toen we het uiteindelijk vonden, kwamen er achter dat we bij de verkeerde vestiging waren… Maar een telefoontje met de bespreeklijn later had Henk het geregeld dat we konden blijven, dus hoefden we niet naar die andere terug te rijden.
Toen we zaten te eten stuurde Lisa een tekstje om te vragen of we op Pasen met hun mee wilden eten. We moesten de route een ietsje verleggen, vandaag en morgen wat langer rijden en andere hotels bespreken, maar dan zijn we er tegen etenstijd. Dus vandaag is het doel Indianapolis, ietsje meer dan 1000 km, ongeveer 12 uur rijden. We doen natuurlijk om de beurt, ik eerst terwijl Henk aan het telefoneren is, en nu hebben we intussen tacos en quesadillas op bij Taco Bell en is Opa aan de beurt.
Toen we vanochtend uit Oklahoma City vertrokken verlieten we ook route 40. We zitten nu op 44, via Tulsa en Joplin (Missouri), onderweg naar St. Louis en Indianapolis. Het eerste stuk moesten we tol betalen maar dat betekent ook dat het lekker rustig is – veel minder vrachtverkeer. Het was eerst wat vochtig, maar de zon is er allang weer en ieder wolkje is er beschaamd vandoor gegaan. Het eerste stuk ten noordoosten van Oklahoma City leek wel wat op Nederland: bijna plat behalve waar er een weg over de grote weg gaat, groene weilanden met koeien, boerderijen en schuren met hun eigen kleine kudde boompjes eromheen, de weg kilometerslang rechtuit. We zitten nu in Missouri en hier zijn er glooiende heuvels vol met bomen en alleen hier en daar een boerderij in een valley. De weg slingert zich lui om de heuvels heen en de lucht is prachtig blauw. We genieten en schieten lekker op.
No comments:
Post a Comment